Blijf hangen bij een groepje wijnliefhebbers en je kunt erop wachten. Vroeg of laat gaat iemand zeggen dat de wijn 'mineraal' is. Ook kan ik voorspellen dat je de rest van de groep vervolgens instemmend zult zien knikken waarop de conversatie verder zal gaan - zonder verdere uitleg of discussie. Mineraliteit als begrip is in de mode; 'connaisseurs' kunnen er hun verfijnde smaak en deskundigheid mee laten zien. Daarbij is het een positief begrip: minerale wijnen hebben iets dat andere wijnen niet hebben. Iets dat andere wijnen ook wel zouden willen hebben. Wijnmagazines en kranten nemen het geregeld op in hun proefnotities (ik ook) met de aanname dat de lezer wel weet wat het betekent.
Deze week ben ik op 'Tour de France' op uitnodiging van gistproducent Lallemand. Maandag begonnen we in Toulouse, vandaar naar Nîmes (dinsdag), Mâcon (gisteren), Chinon (vandaag) om morgen in Bordeaux te eindigen. In gezelschap van professoren uit diverse delen van de wereld mag ik in elke stad 150 wijnmakers toespreken, over mineraliteit, en hoe de markt het ziet.
In de voorbereiding werd ik gedwongen om mijn eigen beeld te vormen. Een definitie van mineraliteit vond ik moeilijk. Ik dacht aan rechter Potter Stewart van de Supreme Court die in 1964 uitspraak moest doen in een zaak over porno. Hij schreef dat hard core porno moeilijk was te definiëren, maar besloot met de woorden: 'Als ik het zie, weet ik het'. Ik zou hetzelfde van mineraliteit zeggen: het is moeilijk te definiëren, maar als ik het proef, weet ik het.
Fruitintense wijnen en wijnen met veel hout zullen niet snel te boek staan als mineraal. Ik kom mineraliteit het vaakst tegen in de beste witte wijnen uit koele klimaten, zoals Chablis, Sancerre en Pouilly Fumé (die op een kalkachtige bodem staan), Mosel Riesling (op hellingen van slate, dat is leisteen), en Wachau (rots), maar ook wel in rode wijnen zoals Hermitage (graniet) en Saint Émilion (vuursteen).
Wat ze mineraal maakt? Hun ingetogen karakter en neutrale geur en smaak misschien. Ik moet altijd denken aan het aroma van natte steen dat door het warme trottoir vervliegt, bij een korte lente- of zomerregen in een winkelstraat. Ik tref het vooral in Franse wijnen aan, al is het geen alleenrecht van de Oude Wereld.
Minerale wijnen passen in de huidige trend naar elegantere, verfijndere wijnen. Schroom daarom niet om bij wijnkenners het m-woord te laten vallen. Je hoort er dan helemaal bij.
Mijn wijntip:
Weissenkirchen, Grüner Veltliner, Wachau, Oostenrijk, 2010.
Verkrijgbaar voor € 8,49 bij Gall & Gall (www.gall.nl).
Proefnotitie: strogeel, briljant fonkelend. Ingetogen aroma's van peer, en appeltjes, lichtjes mineraal. In de mond typisch Grüner met witte peper, limoen en grapefruit, sappig met grote fraicheur en beschaafd alcoholvolume. Voor bij maaltijdsalades, schelp- en schaaldieren, uiteenlopende visgerechten en gevogelte.
Geen 16, geen druppel!





Nieuwe reactie inzenden