Skip to main content

Column

Lou Reed zong ooit een fraai lied over de perfecte dag, over sangria drinken in het park, over zorgeloosheid. Dit was zo’n dag.
Vlakbij school was het. In een verloren uurtje - en dat waren er in onze ogen nogal wat - kon je zo even de fiets pakken en stond je binnen een paar minuten voor de deur.
De dag voor Koninginnedag. We zitten op een terras in de Grutstraat, de horecastraat van Doetinchem.
De uitnodiging kwam niet per mail, sms, WhatsApp, twitter of Facebook, maar gewoon, op een kaart, met envelop, gebracht door een postbode.
Ze zijn weer binnen, de hotelbonnen van het Kruidvat. Supergoedkoop. Voor 12,49 euro heb je een hotelkamer.
Boudewijn Büch, god hebbe zijn ziel, verklapte ooit dat hij de nacht voordat hij Mick Jagger van de Rolling Stones mocht interviewen, geen oog dicht deed.
New York of Berlijn. Precies een jaar geleden had ik zonder twijfel voor The Big Apple gekozen.
'Hé, er zit een made in het oog van mijn schedeltje!" "Geen paniek, die made is dood."
'Goedemorgen dokter." "Goedemorgen meneer Ariaans, lang niet meer gezien.
Een vrijdagavond in een steengoed restaurant. Twee tafeltjes bezet. De crisis in Nederland is nu echt op zijn hoogtepunt.
En dan nu in de categorie hypes: het dertigersdilemma. 'Wat een onzin!' Dácht ik.