Wat maakt een goede film een goede film? Onze voorkeur gaat meestal uit naar kunstwerken die zich onderscheiden, die getuigen van een eigenzinnige stijl, enzovoort - je moet in elk geval iets vinden wat je elders niet of nauwelijks aantreft. Een film kan natuurlijk goed zijn wanneer hij op duizend andere films lijkt, maar hij zal iets eigens moeten hebben om daar boven uit te springen. Om méér waardering te scoren dan die andere duizend films.
Daarom zijn we geneigd neer te kijken op films die zogenaamd van de lopende band zijn gerold. Daarom hebben we artfilms, wat dat ook mogen zijn, hoger in het vaandel staan dan Hollywoodfilms. En genieten genrefilms (horror, SF) bij velen een slechte reputatie. Tijdens de cursus over Hollywoodfilms die ik de afgelopen weken in het Utrechtse Louis Hartlooper Complex gaf, probeerde ik mijn cursisten anders naar die 'lopende band'-films te laten kijken. Soms door aan te tonen dat ook Hollywoodfilms van eigenzinnigheid en auteurschap kunnen getuigen. Maar het was nog interessanter om het andersom te doen: om te stellen dat veel Hollywoodfilms leuker, interessanter, misschien wel beter worden, juist als ze ziet hoe sterk ze op elkaar lijken.
Ik maakte mijn punt aan de hand van de film noir; het klassieke misdaadgenre dat met zijn scherpe zwartwit-fotografie, trieste antihelden en verregende steden tot mijn eeuwige favorieten behoort. Ik liet vier scènes uit oude noirs zien, daarnaast ook uit een wat nieuwere (Paul Verhoevens' Basic Instinct, 1992), waarin telkens het mannelijke hoofdpersonage voor het eerst de vrouw ontwaart die hem in de loop van de film naar de afgrond zal sleuren. Al die films, van Charles Vidors Gilda (1946) tot Otto Premingers Angel Face (1952), hielden zich aan dezelfde regel: de vrouw moest mysterieus in beeld worden gebracht, ongrijpbaar en magnetiserend tegelijk, en je mocht haar nooit direct zien; eerst moet je haar horen zingen, of ze lokt de held (en de camera) met melancholiek pianospel naar zich toe. Elk eerste shot van zo'n vrouw wordt door die opbouw een heus hoogtepunt van de film, terwijl het hele verloop ook min of meer voorspelbaar wordt - zeker wanneer je vijf films achter elkaar ziet.
Elke afzonderlijke film werd er alleen maar beter van. Telkens een beetje anders, maar toch ook steeds hetzelfde. Dat de methode aansloeg bij mijn cursisten, bleek vooral toen ze spontaan filmtitels op me af begonnen te vuren, in hun hoofd alvast nagaand of die film al dan niet aan de regels van de film noir voldeed. 'Mulholland Drive, is dat dan een film noir? En Taxi Driver? En The Dark Knight?' Ik moedig u, voor één keer, graag aan om films vooral in hokjes te stoppen. Ga bijvoorbeeld naar het filmtheater, en leg de melancholieke actiefilm Drive strak langs de lat van de film noir. Of, als dat genre u niks zegt, maak er een sprookje van à la de gebroeders Grimm. Wedden dat Drive (nog) beter wordt wanneer u de onschuldige prinses gevonden heeft, of de ridder op het witte paard?





Nieuwe reactie inzenden