Skip to main content

Muziek en beeld

door: 
Kevin Toma

Mooi dat met The Artist weer eens een zwijgende film in de bioscopen draait.Dik tachtig jaar nadat The Jazz Singer (1927) met een zingende Al Jolson een einde maakte aan de glorieuze periode van de zwijgende cinema, verdient die 'verloren' kunstvorm nog steeds een zo groot mogelijk publiek. Iedereen zou moeten weten dat de zwijgende film veel méér is dan de slapstick van Charlie Chaplin en Laurel en Hardy, en dat inzicht mag best door een nieuwe film worden aangereikt. Nog liever heb ik natuurlijk dat velen zich naar aanleiding van The Artist ook verder in de 'authentieke' zwijgende cinema zullen verdiepen, en meesterwerken als F.W. Murnau's Sunrise (1927), King Vidors The Crowd (1928) of Sergei Eisensteins Pantserkruiser Potemkin (1925) gaan proberen. Voor mijn part kopen ze niet meteen een dvd; downloaden mag ook. Alles is dit keer toegestaan, zo lang de vonk maar kans krijgt om over te slaan.

Ik ben trots dat ik als componist en muzikant ook zelf dat vuur mag verspreiden. Sinds ik bij mijn filmstudie aan de Nijmeegse universiteit piano speelde bij zwijgende klassiekers, breek ik de ene muzikale lans na de andere voor de stille film (stil, zwijgend, stom; allemaal vervelende woorden voor films die helemaal niet saai of schuchter zijn). Kon ik vroeger nog wel eens de toeschouwers afstoten met mijn wat horkerige, te enthousiaste pianospel, nu ik dat wat beter inperk en afzet tegen toegankelijke elektronische scores, en me ook door andere musici laat begeleiden, raakt de combinatie van nieuwe muziek en oude beelden het publiek vaak rechtstreeks in het hart. Ik vergeet nooit meer het enorme applaus dat ik met mijn 'band' kreeg nadat we op Lowlands de bizarre Deense horrordocumentaire Häxan (Benjamin Christensen, 1922) hadden begeleid; net zo bijzonder zijn de tientjes die me nu al twee keer na een voorstelling door enthousiaste dames in de hand werden gedrukt. Om een welverdiend biertje van te kopen, zeiden ze dan.

Voordat de voorstelling begint, doe ik altijd een kort praatje om de film en mijn muziek enigszins te plaatsen en duiden. Als ik dan over een wervelende, bij vlagen hysterisch gemonteerde stads-symfonie als Dziga Vertovs Man met de camera (1929) zeg dat de film als een achtbaan zal werken, kijken de mensen mij meestal sceptisch aan. Dat zal wel, een bejaarde film die je met al zijn visuele geweld van de sokken blaast. Des te mooier als na afloop inderdaad iedereen bekaf in zijn stoel zit. Dat mensen de kracht van zwijgende films zo laag inschatten, maakt het effect van die films vaak des te sterker. Eigenlijk vind ik het maken van muziek voor zwijgende films leuker dan al dat schrijfwerk. Die werkzaamheden liggen in elkaars verlengde: ook de muziek is een middel om mensen voor bijzondere films te interesseren. Maar het componeren en spelen gaat me zoveel makkelijker af dan het schrijven, en muziek is zoveel magischer dan woorden. Zeg nu zelf: het was toch mooi geweest, als ik deze column voor u had kunnen spelen in plaats van schrijven?


Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <br> <br /> <em> <b> <u> <i> <strong> <quote> <cite>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.